Wat is een accommodatiestoornis in het oog?
- Leonie
- 29 april 202629 apr 2026
- Bekeken: 25
Onze ogen zijn de hele dag bezig zich aan te passen aan verschillende afstanden terwijl wij de wereld om ons heen waarnemen. Een moeilijker woord voor aanpassen is ‘accommoderen’. Als er sprake is van een accommodatiestoornis heeft het oog moeite met het wisselen tussen veraf en dichtbij kijken. Maar het woord stoornis roept soms wat zorg op. Laten we er daarom samen even goed induiken om die zorgen weg te nemen.
Accommoderen, accommodatie… leuk al die termen, maar wat betekenen ze nu echt als het om onze ogen gaat? Zoals gezegd is een van de betekenissen van accommoderen ‘aanpassen’.
Ons oog werkt eigenlijk als een fototoestel. Net als een camera heeft het oog een lenzenstelsel, een diafragma en een lichtgevoelige achtergrond. In het oog is dat laatste het netvlies. Licht komt binnen via de pupil en passeert eerst het hoornvlies (de cornea) en vervolgens de ooglens. Samen zorgen zij ervoor dat beelden scherp op het netvlies worden geprojecteerd.
De ooglens zit achter de pupil en is flexibel: hij kan van vorm veranderen om op verschillende afstanden scherp te stellen. Vergelijk het met optisch in- en uitzoomen. Dichtbij kijken? Dan wordt de lens boller. Veraf kijken? Dan vlakt de lens af. Dit gebeurt automatisch via de spieren rondom de lens (ook wel ciliaire spieren genoemd) die de lens omringen. De hersenen sturen dit proces aan zonder dat je er bewust iets voor hoeft te doen.
Maar zoals met meer dingen in ons lichaam verandert ook de ooglens met het ouder worden. De lens verliest geleidelijk zijn flexibiliteit. Ook kunnen die spieren rond de lens met de tijd minder kracht hebben om de lens goed aan te sturen. Beide kunnen leiden tot wat we een accommodatiestoornis noemen.
Sommige mensen hebben het geluk dat ze geen bril nodig hebben voor dichtbij of veraf zien. Maar vanaf ons veertigste wordt de kans steeds groter dat het zicht alsnog achteruit gaat. Je merkt dan bijvoorbeeld dat je de lettertjes op dat potje vitamines of dat boek met kleine letters minder goed kan lezen en het wat verder van je af moet houden. Dit wordt ook wel ouderdomsverziendheid genoemd (of presbyopie). Dit is een vorm van een accommodatiestoornis waar we bijna allemaal mee te maken krijgen. De ooglens wordt stijver en verliest aan flexibiliteit. Daarom gaat het accommoderen lastiger en zie je dus minder goed van dichtbij.
Maar er zijn andere vormen van accommodatiestoornissen die effect hebben op het goed zien van dichtbij, waarbij de oorzaak niet in de flexibiliteit van de lens zit. Deze stoornis heet accommodatie-insufficiëntie. Ook jongere mensen kunnen hier last van krijgen als ze bijvoorbeeld vaak en lang achter een scherm zitten of veel stress hebben. Bij langdurig schermgebruik staan de accommodatiespieren constant op dichtbij gefocust zonder rust te krijgen. Stress zorgt voor een verhoogde spierspanning in het hele lichaam, ook in de ogen. Door die combinatie raken de spieren overbelast en verliezen ze tijdelijk kracht. De lens zelf is nog flexibel genoeg, maar de aansturing schiet tekort. Het goede nieuws is dat dit in tegenstelling tot presbyopie omkeerbaar is, waarover later meer.
Een derde variant is accommodatiespasme. De accommodatiespieren staan in dit geval continu aangespannen en kunnen niet ontspannen. Het gevolg? Het oog blijft als het ware vastzitten op één afstand. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals een niet of ondergecorrigeerde oogsterkte, bepaalde medicijnen, oogontstekingen of psychologische klachten. Ook alcohol en drugs kunnen een accommodatiespasme uitlokken.
De symptomen van een accommodatiestoornis verschillen per vorm. Er is wel wat overlap, maar elk type heeft zijn eigen kenmerken. Herken jij jezelf in een van de onderstaande lijstjes? Ga bij aanhoudende klachten altijd naar een oogarts of specialist.
Zodra je klachten krijgt als minder goed zien in de verte of van dichtbij is het sowieso zaak om je ogen te laten controleren door een oogarts, optometrist of opticien. Zeker als je zichtproblemen gepaard gaan met andere symptomen. De oogspecialist zal op basis van een aantal vragen en aanvullend onderzoek kunnen vaststellen of het gaat om een accommodatiestoornis en eventuele andere oogaandoeningen uitsluiten. Waarschijnlijk worden een of meer van de volgende onderzoeken gedaan:
Bij accommodatiespasme kan de diagnose lastiger zijn omdat de symptomen sterk lijken op gewone bijziendheid. Het oog staat constant aangespannen en meet daardoor een hogere minsterkte dan er werkelijk is. In dat geval kunnen cycloplegische oogdruppels uitkomst bieden. Deze druppels verlammen de accommodatiespieren tijdelijk waardoor de oogarts de werkelijke oogsterkte kan meten zonder invloed van de spierspanning. Bij accommodatiespasme is dit het meest gebruikelijk, maar ook bij andere vormen kan de specialist besluiten deze methode in te zetten als er twijfel is over de uitslag. Het effect duurt een paar uur, waarbij het zicht tijdelijk wazig kan zijn.
Als je bent gediagnosticeerd met een accommodatiestoornis of vermoedt dat je er een hebt, dan wil je natuurlijk ook graag weten wat een mogelijke behandeling is. Kort gezegd: dat hangt van het type stoornis af. In sommige gevallen wordt een zogenaamde accommodatieflipper ingezet. Dit is een apparaatje met twee lenzen, een pluslens en een minlens, die je afwisselend voor je oog houdt om de accommodatiespieren te trainen. Hiermee kunnen oogoefeningen gedaan worden die je ogen helpen bij het scherpstellen en wisselen tussen veraf en dichtbij kijken. Dit gebeurt altijd onder begeleiding van een specialist die jouw specifieke geval bekijkt. Bij ouderdomsverziendheid is deze training niet zinvol omdat het daar gaat om een verminderde flexibiliteit van de ooglens zelf. Dat proces is helaas niet terug te draaien.
Ouderdomsverziendheid is helaas onomkeerbaar. Het zicht gaat bij ons allemaal op den duur achteruit, bij de een wat eerder dan de ander. Maar gelukkig zijn er hulpmiddelen die je helpen om dichtbij weer scherp te zien. De meest voor de hand liggende oplossing is een leesbril. Draag je nog geen bril of lenzen? Dan is een leesbril de meest voor de hand liggende oplossing. Ben je lenzendrager? Dan zijn multifocale contactlenzen een goede optie. Deze lenzen combineren verschillende sterktes, bijvoorbeeld je vertecorrectie met een leesadditie, zodat je zowel dichtbij als veraf scherp ziet.
Goed nieuws: deze vorm is in veel gevallen omkeerbaar. Omdat de oorzaak vaak ligt bij overbelaste accommodatiespieren is rust een belangrijke eerste stap. Minder schermtijd en voldoende slaap kunnen al een groot verschil maken. Een handige richtlijn bij beeldschermwerk is de 20-20-20 regel: kijk elke 20 minuten gedurende 20 seconden naar iets op ongeveer 6 meter afstand (20 voet). Dit geeft de accommodatiespieren de kans om even te ontspannen. Daarnaast kunnen gerichte oogoefeningen helpen om de spieren te versterken. Een oogarts of optometrist kan je hier een persoonlijk oefenprogramma voor geven. Ook de accommodatieflipper is een hulpmiddel dat hierbij goed kan werken.
Bij een accommodatiespasme is de behandeling vooral gericht op het wegnemen van de oorzaak. Zijn stress of overbelasting de boosdoener? Dan helpt rust en het verminderen van prikkels. Ook het verminderen van schermgebruik is een belangrijke stap.
Een specialist zal daarnaast kijken of de huidige brilsterkte nog klopt. Een te sterke of juist te lage correctie kan het spasme in stand houden. Het aanpassen van de brilsterkte alleen is helaas niet altijd voldoende. Daarom worden soms oogdruppels voorgeschreven die de accommodatiespieren tijdelijk stilleggen zodat ze de kans krijgen te ontspannen. Houd er rekening mee dat deze druppels tijdelijk bijwerkingen kunnen geven zoals wazig zicht dichtbij en lichtgevoeligheid. Dit verdwijnt zodra je stopt met de druppels.
In sommige gevallen kan ook de accommodatieflipper worden ingezet om de spieren te leren afwisselen tussen aanspannen en ontspannen. Dit gebeurt altijd onder begeleiding van een specialist omdat verkeerd of te lang gebruik de klachten kan verergeren.
Tot slot is het belangrijk om ook een eventuele onderliggende oorzaak aan te pakken. Denk aan psychologische klachten zoals stress of angst. De specialist kan je indien nodig doorverwijzen naar de huisarts.